Van Hogendorp

Gijsbert Karel (1762-1834) Als overtuigd Orangist werd hij in 1787 pensionaris van zijn geboortestad Rotterdam. Bij de omwenteling van 1795 werd hij ontslagen en tot 1813 vervulde hij geen enkel ambt. Hij bleef trouw aan zijn oranjegezinde opvattingen, intussen werkend aan het opstellen van een nieuwe grondwet. In het omwentelingsjaar 1813 speelde Van Hogendorp een hoofdrol, zowel bij de vorming van een voorlopig bestuur als bij de uitnodiging aan de in Londen verblijvende prins van Oranje om over te komen en koning te worden.
Hij trad op als voorzitter van de commissie tot voorbereiding van een grondwet, zowel in 1814 als in 1815 na de vereniging met België. In de jaren 1816-1825 was hij lid van de Tweede Kamer, waar hij zich vooral met economische zaken bezighield en vanuit een steeds duidelijker liberaal gedachtengoed kritiek op het bestuur niet schuwde. Zijn verhouding tot koning Willem I, die nooit goed was geweest, verbeterde er niet door. De koning werd van 'liberaal tot conservatief' en Van Hogendorp werd 'van conservatief tot liberaal'. Aan Willem I wordt de uitspraak toegeschreven dat zij het toen één dag met elkaar eens moeten zijn geweest.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.