stadhouder

TDe stadhouder was tijdens het Spaanse bewind de vertegenwoordiger van de vorst (landsheer) in de Nederlanden. Hij had politieke en militaire bevoegdheden. Na de afzetting van Filips II bleef het ambt bestaan; de stadhouders (na 1591 twee) werden vanaf die tijd benoemd door de gewestelijke Staten.
De stadhouder had opperbevel over leger (kapitein-generaal) en vloot (admiraal-generaal), evenals talrijke benoemings- en recommandatierechten. Mede hierdoor en door de erfelijkheid van het ambt kreeg het stadhouderschap bijna koninklijke trekjes. . Na de dood van Willem II (1650) en Willem III (1702) benoemde een aantal gewesten geen stadhouder (eerste en tweede 'stadhouderloos tijdperk'). In 1795 werd het stadhouderschap afgeschaft.
Zie ook Stadhouder Frederik Hendrik, prins Maurits, stadhouder Willem IV en stadhouder Willem V.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1923 de roman Kees de Jongen?


JUIST!NIET JUIST!

Theo Thijssen

belastingen

Gedwongen bijdragen van burgers en bedrijven aan de overheid, waar geen rechtstreekse individuele tegenprestatie tegenover staat. Ze worden krachtens algemene regels gevorderd. \'Directe belastingen\' worden geheven over inkomen, winst en (de overgang van) vermogen (voorbeelden: inkomstenbelasting, loonbelasting, vennootschapsbelasting, vermogensbelasting, successierecht). \'Indirecte\' of \'kostprijsverhogende belastingen\' verhogen de prijs van goederen en diensten (de belangrijkste: omzetbelasting BTW], accijnzen, motorrijtuigenbelasting en onroerende‑zaakbelasting).

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. ijs en weder dienende
  2. mektab
  3. dunya
  4. Verdrag van Verdun
  5. Achilles
  6. pars pro toto
  7. rede
  8. keerkringen
  9. contra legem
  10. anale fase