Benedictijnen

Leden van een kloosterorde die zijn naam en regel dankt aan Benedictus van Nursia († 547). Bij hun intrede legden de kloosterlingen een gelofte af van (persoonlijke) armoede, kuisheid, gehoorzaamheid aan de abt en plaatsgebondenheid. De kloosters zelf werden rijk en welvarend. Als deel van een aristocratische samenleving, genoten de Benedictijnen tot ongeveer 1100 een monopoliepositie. Daarna werden ze overvleugeld door nieuwe orden die beter aansloten bij de eisen van een veranderende maatschappij.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.