scholastiek

De filosofie die zich conformeerde aan de 'School', dat wil zeggen aan een filosofische praktijk zoals die gangbaar was aan de kerkelijke leerinstellingen en de Europese universiteiten van de tiende tot en met de zestiende eeuw, en die zich in hoge mate baseerde op de filosofie van Aristoteles. Ze werd gekenmerkt door een grote dienstbaarheid aan de theologie en door het streven om een verzoening tot stand te brengen tussen de goddelijke openbaring en het 'natuurlijke licht van de rede'.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.