empirisme

Ook wel ervaringsleer genoemd. Opvatting binnen de kennistheorie volgens welke alle kennis uiteindelijk uit de zintuiglijke ervaring (empirie) stamt en omgekeerd, dat alle wetenschappelijke uitspraken aan de ervaring moeten worden getoetst. De grondlegger van het empirisme is John Locke. Het positivisme kan worden beschouwd als de voortzetting van het empirisme met andere middelen. De tegenovergestelde positie heet rationalisme.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.