modaal

Het ‘modaal inkomen’ is een belangrijk begrip in het inkomensbeleid, het eerst geformuleerd door het Centraal Planbureau in 1969. Het is het inkomen van een ‘modale werknemer’: een gehuwde werknemer met een niet‑werkende partner, een inkomen iets beneden de premiegrens Ziekenfondswet (2002: 30.700 euro per jaar) en twee kinderen tussen 6 en 11 jaar. Statistisch gezien is het modaal inkomen het meest voorkomende inkomen. De term modaal wordt echter oneigenlijk gebruikt doordat het statistische modaal inkomen lager ligt dan het bedrag dat het CPB hanteert.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.