postmoderne dans

Eind jaren '50 in de Verenigde Staten opgekomen vormen van moderne dans, als reactie op het tot dan dominerende (dramatische) expressionisme van met name Graham; haar leerling en sterdanser Merce Cunningham was de eerste toonaangevende vertegenwoordiger. Postmoderne dans is niet gericht op gevoelsuitbeelding, noch inleving of meeleven door de toeschouwer, maar op een spel met, dikwijls alledaagse, dans- en bewegingsvormen (de theoretische uitgangspunten zijn vaak ontleend aan Humphrey). Te onderscheiden zijn 5 hoofdvormen: 1. pure dans (vrije of lyrische dans en repetitieve dans); 2. performancedans (gaat om de persoonlijke beleving van de, vaak als een kind met objecten spelende, danser); 3. mimedans (synthese van dans en mime); 4. multimediadans (dans gecombineerd met tekst of zang); 5. omgevingsdans (dans als bewegende beeldende kunst in een speciaal gecreëerde omgeving). In Nederland is postmoderne dans in de jaren '60 geïntroduceerd door Koert Stuyf en Pauline de Groot; hedendaagse vertegenwoordigers zijn met name Krisztina de Châteln, Bianca van Dillen en Ton Simons (Cunningham). Stijlmiddelen van de postmoderne dans, vooral gebruik van tekst, zang en alledaagse bewegingen, worden vaak toegepast in het nieuwe expressionisme, zoals van Pina Bausch of Truus Bronkhorst.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef over Kapitein Nemo?


JUIST!NIET JUIST!

Jules Verne

gelijkenissen

Verhalen, doorgaans aan het gewone leven ontleend, aan de hand waarvan in de bijbel een godsdienstige waarheid wordt uitgebeeld en uitgelegd. Een bekende gelijkenis uit het Oude Testament is die van het lam van de arme man (2 Samuël 12). Bekende gelijkenissen van Jezus zijn: de verloren zoon (Lucas 15), de arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20) en de barmhartige Samaritaan (Lucas 10).