verbond

(Latijn: testamentum) Een door een rituele handeling bekrachtigde belofte van verbondenheid en trouw. God sluit een verbond met Israël (Genesis 9:8-17; Exodus 19). De profeet Jeremia verwachtte 'een nieuw verbond' (Jeremia 31:31), niet op stenen tafelen geschreven, maar in de harten van de mensen. Volgelingen van Jezus zagen deze verwachting in hun dagen gerealiseerd, waarna men kwam te spreken van het Oude en het Nieuwe Verbond (Testament).

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie van deze drie mannen uit het Oude Testament is een aartsvader?


JUIST!NIET JUIST!

Abraham

causaliteit

De verhouding tussen twee dingen of gebeurtenissen, waarbij het ene oorzaak is en het andere gevolg. Gedurende vrijwel de gehele geschiedenis van de filosofie is erover gestreden of causaliteit méér is - bijvoorbeeld een door God geschapen kracht - dan de constant waargenomen opeenvolging van twee gebeurtenissen, op grond waarvan men concludeert dat de eerste gebeurtenis de oorzaak is van de tweede.