verbond

(Latijn: testamentum) Een door een rituele handeling bekrachtigde belofte van verbondenheid en trouw. God sluit een verbond met Israël (Genesis 9:8-17; Exodus 19). De profeet Jeremia verwachtte 'een nieuw verbond' (Jeremia 31:31), niet op stenen tafelen geschreven, maar in de harten van de mensen. Volgelingen van Jezus zagen deze verwachting in hun dagen gerealiseerd, waarna men kwam te spreken van het Oude en het Nieuwe Verbond (Testament).

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

migratie

Trek van mensen vanuit een land naar een ander land. In sommige gevallen is migratie door het ontvangende land bevorderd omdat behoefte aan meer arbeidskrachten in bepaalde sectoren bestond. In andere gevallen wordt migratie ontmoedigd, bijvoorbeeld wegens reeds bestaande bevolkingsdichtheid.
Zie ook
asiel en bootvluchteling.