duivel

(Hebreeuws: Satan; Grieks: Diabolos) Gods tegenstander, de Boze, verpersoonlijking van het kwaad. Ook 'de draak', 'de oude slang', 'de vorst dezer wereld', 'Lucifer', 'Beëlzebub' en 'Belial' genoemd. De duivel verschijnt in de Bijbel voor het eerst ten tonele in 1 Kronieken 21:1 als 'afsplitsing' van God. Geleidelijk aan raakt hij ingeburgerd en neemt de duivelsgestalte vaster vormen aan. Het Nieuwe Testament vertelt hoe de duivel Jezus in verzoeking brengt (Mattheüs 4), hoe Jezus demonen uitdrijft en hoe de strijd tussen goed en kwaad uiteindelijk door Michaël en zijn engelen wordt beslecht.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.