Pleistoceen

Het Pleistoceen is de eerste periode van het Kwartair, het jongste geologische tijdperk, dat 2,5 miljoen jaar geleden begon. Het Pleistoceen wordt gekenmerkt door het voorkomen van ijstijden, perioden waarin de temperatuur zo laag was dat ook in de zomer de grond niet opdooide en in de winter het ijs aangroeit. In die tijden daalde de zeespiegel met ongeveer 100 meter en viel in onze streken de Noordzee droog. Aan het eind van elke ijstijd werden, als de temperatuur weer omhoog ging, grote hoeveelheden smeltwater afgevoerd en werd veel grind en zand getransporteerd. In vlakke gebieden werd dit afgezet en zo ontstonden puinwaaiers van honderden meters dikte. Deze puinafzettingen van grind en zand vormen de ondergrond van ons land. In het Westen van Nederland ligt het zand op verschillende diepten. Heipalen worden op deze zandafzettingen gezet.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke filosofische stroming is met name door Jean-Paul Sartre vormgegeven?


JUIST!NIET JUIST!

existentialisme

gelijkenissen

Verhalen, doorgaans aan het gewone leven ontleend, aan de hand waarvan in de bijbel een godsdienstige waarheid wordt uitgebeeld en uitgelegd. Een bekende gelijkenis uit het Oude Testament is die van het lam van de arme man (2 Samuël 12). Bekende gelijkenissen van Jezus zijn: de verloren zoon (Lucas 15), de arbeiders in de wijngaard (Mattheüs 20) en de barmhartige Samaritaan (Lucas 10).