Pleistoceen

De eerste periode van het Kwartair, het jongste geologische tijdperk, dat 2,5 miljoen jaar geleden begon. Het Pleistoceen wordt gekenmerkt door het voorkomen van ijstijden, perioden waarin de temperatuur zo laag was dat ook in de zomer de grond niet opdooide en in de winter het ijs aangroeit. In die tijden daalde de zeespiegel met ongeveer 100 meter en viel in onze streken de Noordzee droog. Aan het eind van elke ijstijd werden, als de temperatuur weer omhoog ging, grote hoeveelheden smeltwater afgevoerd en werd veel grind en zand getransporteerd. In vlakke gebieden werd dit afgezet en zo ontstonden puinwaaiers van honderden meters dikte. Deze puinafzettingen van grind en zand vormen de ondergrond van ons land. In het Westen van Nederland ligt het zand op verschillende diepten. Heipalen worden op deze zandafzettingen gezet.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

migratie

Trek van mensen vanuit een land naar een ander land. In sommige gevallen is migratie door het ontvangende land bevorderd omdat behoefte aan meer arbeidskrachten in bepaalde sectoren bestond. In andere gevallen wordt migratie ontmoedigd, bijvoorbeeld wegens reeds bestaande bevolkingsdichtheid.
Zie ook
asiel en bootvluchteling.