symmetrie

1. In de wiskunde: het aan zichzelf gelijk blijven van een figuur bij een verplaatsing, een spiegeling ten opzichte van een punt of lijn, of een draaiing om een as.
2. In de natuurkunde: tijdens en na bepaalde gebeurtenissen blijken de natuurwetten onveranderd te zijn gebleven; de regels die daarvoor gelden heten symmetrieregels. Slechts bij uitzondering kunnen die 'gebroken' worden.
3. In de kristallografie worden de verschillende patronen waarin kristallen voorkomen en groeien en die de ermee overeenkomende ruimtelijke rangschikkingen van de atomen waaruit ze bestaan, weerspiegelen, in tweeëndertig symmetrieklassen onderverdeeld.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.