graad

1. Eenheid waarin de grootte van een hoek wordt uitgedrukt: een rechte hoek telt 90 graden.

2. In de algebra: de hoogste macht waarin de veranderlijke in een vergelijking voorkomt; men spreekt van tweedegraadsveelterm, derdegraadsveelterm, enzovoort.
Bij temperatuur- en intensiteitsmetingen heeft 'graad' een andere betekenis.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie speelde de hoofdrol in de film The Great Dictator (1940)?


JUIST!NIET JUIST!

Charlie Chaplin

relativisme

In de kennistheorie is het de opvatting dat kennis altijd afhankelijk is van het kennend subject, door het standpunt dat het inneemt en door de omstandigheden waarin het verkeert.
Binnen de ethiek is het de opvatting dat goed en kwaad geen absolute maar relatieve begrippen zijn.