goniometrie

Deel van wiskunde dat zich bezighoudt met de eigenschappen van, en de betrekkingen tussen, de goniometrische verhoudingen. Deze zijn de sinus, de cosinus en de tangens van een hoek, die op hun beurt gedefinieerd zijn als verhoudingen tussen de lengten van de drie zijden in een rechthoekige driehoek. Men past de goniometrie onder andere toe bij het landmeten, om afstanden te bepalen tussen moeilijk bereikbare plekken door middel van het meten van hoeken. Deze speciale toepassing, die gebruik maakt van netwerken van driehoeken, heet driehoeksmeting. Zij werd in de zestiende eeuw door Gemma Frisius bedacht en door Willebrord Snellius rond 1618 voor het eerst in de praktijk toegepast.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke kunststroming was Mondriaan een van de oprichters?


JUIST!NIET JUIST!

De Stijl

socialisatie

Proces waarmee een persoon zich de gedragingen eigen maakt die in een bepaalde gemeenschap passend worden gevonden voor iemand van zijn of haar leeftijd, sekse en maatschappelijke positie. Dit is inclusief de internalisatie van de waarden van die gemeenschap. Gesocialiseerd raken is het resultaat van opvoedings‑ en identificatieprocessen.