goniometrie

Deel van wiskunde dat zich bezighoudt met de eigenschappen van, en de betrekkingen tussen, de goniometrische verhoudingen. Deze zijn de sinus, de cosinus en de tangens van een hoek, die op hun beurt gedefinieerd zijn als verhoudingen tussen de lengten van de drie zijden in een rechthoekige driehoek. Men past de goniometrie onder andere toe bij het landmeten, om afstanden te bepalen tussen moeilijk bereikbare plekken door middel van het meten van hoeken. Deze speciale toepassing, die gebruik maakt van netwerken van driehoeken, heet driehoeksmeting. Zij werd in de zestiende eeuw door Gemma Frisius bedacht en door Willebrord Snellius rond 1618 voor het eerst in de praktijk toegepast.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.