pandrecht

De eigenaar van een roerend goed kan dat goed aan een ander verpanden. Dit gebeurt meestal bij een lening. Door het goed in onderpand te ontvangen krijgt de uitlener enige zekerheid: als de schuld niet wordt terugbetaald kan hij als pandhouder overgaan tot verkoop van het verpande goed. We onderscheiden vuistpand, waarbij het verpande goed wordt afgegeven aan de pandhouder en stilpand, waarbij het pand bij de pandgever blijft.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de winnaar van de slag bij Hastings (1066)?


JUIST!NIET JUIST!

Willem de Veroveraar

assimilatie

Zodanige aanpassing van individuen of groepen aan een dominante cultuur dat de oorspronkelijke culturele identiteit op de achtergrond raakt.