medezeggenschap

Het recht om invloed te hebben op het beleid van een organisatie door personen die niet in dienst van die organisatie zijn. Het betreft degenen die direct bij de organisatie zijn betrokken of hun vertegenwoordigers. Zij kunnen op die manier meebeslissen over (werk)omstandigheden, samenwerkingsverbanden en de organisatiestructuur. Groepen met medezeggenschap zijn bijvoorbeeld studenten en ouders bij het bestuur van onderwijsinstellingen, of cliënten bij zorginstellingen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.