intellectueel eigendomsrecht

Het uitsluitend recht van een persoon op het product van zijn denkarbeid of artistieke prestatie. (In een ouderwetse formulering: de voortbrengselen van de menselijke geest.) De intellectuele eigendom omvat zowel het recht op exploitatie van een nieuwe vinding (octrooi- of kwekersrecht) en een naam of onderscheidend kenmerk (handelsnaam of merkenrecht) als het recht om een werk van letterkunde, wetenschap of kunst openbaar te maken en te verveelvoudigen (auteursrecht). Zie ook vermogensrecht.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.