zout

De productie van zout hoort tot een van de oudste vaardigheden van de mensheid. De behoefte aan extra zout ontstond toen de mens het land ging bewerken en zich op vaste woonplaatsen ging vestigen. Daarvóór werd voornamelijk rauw vlees gegeten, dat van zichzelf voldoende zout bevat. Zout werd daarna in toenemende mate gebruikt om voedsel te conserveren, zodat het ook tijdens de winterperiode langer houdbaar bleef. Het was niet zo gemakkelijk te krijgen en was dus kostbaar. Men moest er zuinig mee zijn en met zout knoeien zou dan ook ongeluk brengen. Tegenwoordig haalt men bij het morsen van zout de schouders op en zegt: 'Ach wat zou't', maar vroeger was dat een doodzonde. Men gooide onmiddellijk zout over de linkerschouder, de kant waarlangs de duivel mee zou gluren.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke Duitse componist zette de Carmina Burana, een verzameling Middeleeuwse liederen, op muziek?


JUIST!NIET JUIST!

Carl Orff

kruistochten

Kruistochten waren militaire ondernemingen onder gezag van de paus. Aanvankelijk ter bevrijding van de heilige plaatsen uit handen van de moslims, later ook tegen vijanden van kerk, geloof en paus. De eerste kruistocht (1096) had als resulutaat de stichting van vier westerse kruisvaarderstaatjes in het Midden-Oosten, die in de loop van de twaalfde en dertiende eeuw door de moslims werden heroverd.

Zie ook geestelijke ridderorden.