microscoop

Instrument dat een vergrote afbeelding maakt van voorwerpen die niet met het blote oog zichtbaar zijn. De klassieke microscoop bevat een samenstel van lenzen, vervolmaakt door de Nederlander Antonie van Leeuwenhoek (1632-1723), en wordt nog steeds veel toegepast in de geneeskunde en biologie. Moderne microscopen werken vaak met niet-zichtbare vormen van straling, zoals elektronen- of röntgenstraling.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.