naamval

Het systeem van verschillende woordvormen voor de zinsdelen onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en de bezitsvorm. In Europese talen worden gewoonlijk vier naamvallen onderscheiden. Van één tot vier zijn dat: nominatief (onderwerpsvorm), genitief (bezitsvorm), datief (meewerkend-voorwerpsvorm) en accusatief (lijdend-voorwerpsvorm).
Voorzetselvoorwerpen kunnen verschillende naamvallen hebben, afhankelijk van het voorzetsel. In het Nederlands is de naamval alleen nog zichtbaar in de voornaamwoorden (nominatief: ik, jij, hij; genitief: mijn, jouw, zijn; datief en accusatief: mij, jou, hem enzovoort), en in een aantal ouderwetse uitdrukkingen: 'te allen tijde', 'in groten getale', 'in dier voege'. In de schrijftaal bestaat ook nog het onderscheid hun/hen, met 'hen' als lijdend voorwerp en volgend op een voorzetsel (bijvoorbeeld 'aan hen', 'over hen'), en 'hun' als meewerkend voorwerp ('Jan gaf hun rozen').

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke Nederlandse auteur schreef een autobiografie en gaf die zijn eigen naam?


JUIST!NIET JUIST!

Jan Cremer

grafiek

Verzamelnaam voor prenten: afdrukken op papier van een gegraveerde of geëtste koperen plaat (zie gravure en ets) of een gesneden houten blok (zie houtsnede en houtgravure). Ook recentere technieken als de linoleumsnede, de litho of de zeefdruk vallen onder grafiek. Toegepast als vrije kunstvorm of boekillustratie.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. ijs en weder dienende
  2. mektab
  3. dunya
  4. Verdrag van Verdun
  5. Achilles
  6. pars pro toto
  7. rede
  8. keerkringen
  9. contra legem
  10. anale fase