naamval

Het systeem van verschillende woordvormen voor de zinsdelen onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en de bezitsvorm. In Europese talen worden gewoonlijk vier naamvallen onderscheiden. Van één tot vier zijn dat: nominatief (onderwerpsvorm), genitief (bezitsvorm), datief (meewerkend-voorwerpsvorm) en accusatief (lijdend-voorwerpsvorm).
Voorzetselvoorwerpen kunnen verschillende naamvallen hebben, afhankelijk van het voorzetsel. In het Nederlands is de naamval alleen nog zichtbaar in de voornaamwoorden (nominatief: ik, jij, hij; genitief: mijn, jouw, zijn; datief en accusatief: mij, jou, hem enzovoort), en in een aantal ouderwetse uitdrukkingen: 'te allen tijde', 'in groten getale', 'in dier voege'. In de schrijftaal bestaat ook nog het onderscheid hun/hen, met 'hen' als lijdend voorwerp en volgend op een voorzetsel (bijvoorbeeld 'aan hen', 'over hen'), en 'hun' als meewerkend voorwerp ('Jan gaf hun rozen').

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke Italiaanse architect was de grondlegger van het classicisme?


JUIST!NIET JUIST!

Palladio

Mythologie > Grieks-Romeins

Orion

In de Griekse mythologie een succesvolle jager op wie Artemis verliefd raakte. Apollo, de broer van Artemis, ging daar niet mee akkoord. Met een list kreeg hij Artemis zo ver dat zij Orion neerschoot met een pijl. Toen zij merkte wat zij had gedaan, was zij ontroostbaar en maakte ze van hem een sterrenbeeld. Daarna werd zij nooit meer verliefd op een ander.