naamval

Het systeem van verschillende woordvormen voor de zinsdelen onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en de bezitsvorm. In Europese talen worden gewoonlijk vier naamvallen onderscheiden. Van één tot vier zijn dat: nominatief (onderwerpsvorm), genitief (bezitsvorm), datief (meewerkend-voorwerpsvorm) en accusatief (lijdend-voorwerpsvorm).
Voorzetselvoorwerpen kunnen verschillende naamvallen hebben, afhankelijk van het voorzetsel. In het Nederlands is de naamval alleen nog zichtbaar in de voornaamwoorden (nominatief: ik, jij, hij; genitief: mijn, jouw, zijn; datief en accusatief: mij, jou, hem enzovoort), en in een aantal ouderwetse uitdrukkingen: ‘te allen tijde', ‘in groten getale', ‘in dier voege'. In de schrijftaal bestaat ook nog het onderscheid hun/hen, met 'hen' als lijdend voorwerp en volgend op een voorzetsel (bijvoorbeeld 'aan hen', 'over hen'), en 'hun' als meewerkend voorwerp ('Jan gaf hun rozen').

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Waar woonden de Griekse goden?


JUIST!NIET JUIST!

Olympos

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

zonne-energie

Energie die de aarde van de zon ontvangt door de van de zon afkomstige straling. Deze energie is de oorzaak van alle processen in het klimaatsysteem, alle beweging in de dampkring en de oceanen en daarmee ook van weer en klimaat. Is de bron van alle leven op aarde. Onder zonne-energie wordt tegenwoordig meestal de duurzame warmte of elektriciteit voor menselijk gebruik verstaan, geproduceerd uit de energie van de zon. Gebruik van zonne-energie levert een bijdrage aan de bestrijding van het broeikaseffect.
Zie ook
atmosferische circulatie.