naamval

Het systeem van verschillende woordvormen voor de zinsdelen onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp en de bezitsvorm. In Europese talen worden gewoonlijk vier naamvallen onderscheiden. Van één tot vier zijn dat: nominatief (onderwerpsvorm), genitief (bezitsvorm), datief (meewerkend-voorwerpsvorm) en accusatief (lijdend-voorwerpsvorm).
Voorzetselvoorwerpen kunnen verschillende naamvallen hebben, afhankelijk van het voorzetsel. In het Nederlands is de naamval alleen nog zichtbaar in de voornaamwoorden (nominatief: ik, jij, hij; genitief: mijn, jouw, zijn; datief en accusatief: mij, jou, hem enzovoort), en in een aantal ouderwetse uitdrukkingen: ‘te allen tijde', ‘in groten getale', ‘in dier voege'. In de schrijftaal bestaat ook nog het onderscheid hun/hen, met 'hen' als lijdend voorwerp en volgend op een voorzetsel (bijvoorbeeld 'aan hen', 'over hen'), en 'hun' als meewerkend voorwerp ('Jan gaf hun rozen').

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke film is een roadmovie?


JUIST!NIET JUIST!

Easy Rider (1969)

Strips > stripbladen en stripbegrippen

manga

Japanse variant op Amerikaanse comics-cultuur. Alle soorten onderwerpen komen aan bod, maar het populairst zijn de gewelddadige actieverhalen. Absolute topper is Akira van tekenaar Katsuhiro Otomo, waarvan ook een succesvolle tekenfilm volgde. Opvallend is dat verschillende Amerikaanse en Europese stripmakers de laatste jaren speciaal voor de Japanse markt tekenen.