Chomsky

Noam (1928) Amerikaanse taalkundige, grondlegger van en nog altijd centrale figuur binnen de generatieve taalkunde. Die probeert het aangeboren vermogen te doorgronden en te beschrijven dat alle mensen, ongeacht hun intelligentie, in staat stelt ongeveer even snel de taal van hun omgeving te leren. Daarmee verschoof het zwaartepunt binnen het taalkundig onderzoek van het zo gedetailleerd mogelijk beschrijven van talen, naar de vraag hoe pasgeborenen al die verschillende talen kunnen leren, kortom: naar de vraag wat de gemeenschappelijke basis van al die talen is. De taalkunde luidde door die invalshoek mede het begin in van wat later de cognitiewetenschappen ging heten: het onderzoek naar de werking van 'hogere hersenfuncties' zoals zien, geheugen, aandacht en bewustzijn.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Tijdens welke oorlog werden de gewonden verzorgd door Florence Nightingale en haar team?


JUIST!NIET JUIST!

Krimoorlog

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.