Amsterdams Impressionisme

Deze term raakte in zwang voor een aantal, aan het eind van de 19e eeuw, in en rond Amsterdam werkende kunstenaars, onder wie George Hendrik Breitner, Isaac Israëls, Jacobus van Looy, Suze Robertson, Floris Verster en Willem Witsen. Zij gebruikten niet de vrolijke kleuren van de Franse impressionisten, noch het zilvergrijs van de Haagse School, maar brachten hun onderwerpen, vooral stadsgezichten, stillevens en portretten, in donkere kleuren en zware penseelstreken. Allen waren zij leerling van August Allebé. Als meest typerend voor dit impressionisme wordt het werk van Breitner gezien.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.