halveringstijd

Ook: halfwaardetijd. Een maat voor het tempo waarin een systeem van een instabiele naar een stabielere toestand overgaat; in het bijzonder gebruikt voor het beschrijven van de snelheid waarmee de radioactiviteit van een gegeven materiaal in de tijd afneemt. De halveringstijd van radioactieve atoomkernen varieert van fracties van een seconde tot miljarden jaren. Heeft men radioactieve atoomkernen met een halveringstijd van 10 jaar, dan zal na 10 jaar de activiteit tot de helft van de oorspronkelijke waarde zijn verminderd, na 20 jaar tot een kwart en na 30 jaar tot een achtste.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.