halveringstijd

Ook: halfwaardetijd. Een maat voor het tempo waarin een systeem van een instabiele naar een stabielere toestand overgaat; in het bijzonder gebruikt voor het beschrijven van de snelheid waarmee de radioactiviteit van een gegeven materiaal in de tijd afneemt. De halveringstijd van radioactieve atoomkernen varieert van fracties van een seconde tot miljarden jaren. Heeft men radioactieve atoomkernen met een halveringstijd van 10 jaar, dan zal na 10 jaar de activiteit tot de helft van de oorspronkelijke waarde zijn verminderd, na 20 jaar tot een kwart en na 30 jaar tot een achtste.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.