skelet

Het skelet is het steunend geraamte van het lichaam, dat bestaat uit botten en ander bindweefsel, de inwendige organen beschermt en de lichaamsweefsels ondersteunt. Het menselijk skelet bevat 206 verschillende botten, waarvan de kleinste drie in het middenoor zitten (hamer, aambeeld en stijgbeugel). Het grootste bot in het menselijk lichaam is het dijbeen. Alle gewervelde dieren beschikken over een inwendig liggend skelet van been of kraakbeen. Deze laatste kunnen groeien zonder te hoeven vervellen. Als het skelet aan de buitenzijde van het lichaam ligt, zoals bijvoorbeeld het chitinepantser van insecten en schaaldieren, spreekt men van een exoskelet.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.