skelet

Het skelet is het steunend geraamte van het lichaam, dat bestaat uit botten en ander bindweefsel, de inwendige organen beschermt en de lichaamsweefsels ondersteunt. Het menselijk skelet bevat 206 verschillende botten, waarvan de kleinste drie in het middenoor zitten (hamer, aambeeld en stijgbeugel). Het grootste bot in het menselijk lichaam is het dijbeen. Alle gewervelde dieren beschikken over een inwendig liggend skelet van been of kraakbeen. Deze laatste kunnen groeien zonder te hoeven vervellen. Als het skelet aan de buitenzijde van het lichaam ligt, zoals bijvoorbeeld het chitinepantser van insecten en schaaldieren, spreekt men van een exoskelet.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.