perinatale sterfte

Perinatale sterfte is de sterfte van kinderen vlak vóór of na de geboorte. De wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gebruikt de term als een embryo vanaf 22 weken zwangerschap komt te overlijden, of als een baby in de eerste zeven dagen na de geboorte overlijdt. In afwijking hiervan gaat de wet in Nederland uit van sterfte vanaf 24 weken. Deze wettelijke definitie is van belang omdat in Nederland ieder geboren kind vanaf 24 weken zwangerschapsduur moet worden aangegeven. Sterfte voor de geboorte heet doodgeboorte. De perinatale sterfte is ongeveer 1 per 1000; daarvan is 70 procent doodgeboorte. De belangrijkste directe oorzaken van perinatale sterfte zijn: (veel) te vroeg geboren zijn, aangeboren afwijkingen, (veel) te licht geboren zijn, en ernstig zuurstofgebrek kort voor of tijdens de bevalling. In de afgelopen decennia is de perinatale sterfte in westerse landen sterk gedaald. Nederland heeft historisch gezien altijd bij de landen met de laagste perinatale en zuigelingensterfte ter wereld gehoord. Deze daling is sinds de jaren tachtig echter afgevlakt, waardoor ons land vele plaatsen is gezakt op de internationale ranglijst van landen met gunstige sterftecijfers. Deze daling is niet alleen het gevolg van een ‘remmende voorsprong’, maar hangt ook er ook mee samen dat men hier terughoudend is ten aanzien van prenatale diagnostiek, waarmee al in een vroeg stadium ernstige afwijkingen kunnen worden geconstateerd, die eventueel zouden kunnen leiden tot afbreking van de zwangerschap.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef het onlangs opnieuw verfilmde 'Little women'?


JUIST!NIET JUIST!

Louisa May Alcott

Verlichting

Verzamelterm voor de opvattingen in de achttiende eeuw die het vrije, kritische denken centraal stelden en die de rede als uitgangspunt namen. De Verlichting werd voorbereid door het rationalisme, dat in de zeventiende eeuw de kern van het natuurwetenschappelijk denken werd. Men geloofde dat de mens door het verwerven van kennis uiteindelijk vrij gemaakt kon worden van bijgeloof en vooroordeel. Soms leidde dat tot vormen van atheïsme. Dit vooruitgangsgeloof van de verlichte denkers ('philosophes') manifesteerde zich het sterkst in de in Parijs geredigeerde Encyclopédie.