gebit
Het gebit zijn de tanden en kiezen waarmee voedsel wordt gekauwd en dat een functie heeft bij de spraak. Tanden en kiezen bestaan uit een wortel, een mergholte (pulpa), die zenuwen en vaten bevat, tandbeen (dentine), dat de mergholte omgeeft, en een kroon met tandglazuur (emaille). De aanvankelijk aangelegde tanden en kiezen van het kind (melkgebit) worden later vervangen en uitgebreid door een blijvend gebit. Het gebit bestaat uit 32 elementen: zestien in zowel onder‑ als bovenkaak, in totaal acht snijtanden, vier hoektanden, acht 'valse' kiezen en twaalf 'ware' kiezen.
Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?
adaptatie
Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.
