biologische wapens

Strijdmiddelen bestemd voor het verspreiden van bacteriën, virussen of toxinen om ziekten onder vijandelijke troepen of burgers te veroorzaken. Het gebruik van biologische wapens werd verboden door het protocol van Genève van 1925. In 1972 werden behalve het gebruik ook het bezit en de productie van deze wapens bij verdrag verboden. Voor zover bekend is dit soort wapens in de moderne oorlogvoering niet of nauwelijks ingezet.
Zie ook
chemische wapens.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke filosoof is de grondstelling Cogito ergo sum (ik denk dus ik ben)?


JUIST!NIET JUIST!

Descartes

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.