Anton Tsjechov

(1860-1904) Russische schrijver van ironische psychologische korte verhalen, vaak met een open eind ('De dame met het hondje', 1899), en bekend om toneelstukken als De meeuw (1896), Oom Vanja (1897), Drie zusters (1901) en De kersentuin (1904), die meer op de psychologie van de hoofdpersonen dan op conflict en handeling zijn gericht. Tsjechov studeerde medicijnen en was daarna werkzaam als arts, waarbij hij zelf leed aan Tuberculose en voor het heilzame klimaat naar de kust van de Zwarte Zee moest verhuizen. Hij had een scherp oog voor de sociale misstanden in het Rusland van zijn tijd, en hekelde in zijn toneelstukken de apatische levenshouding van de verarmde landadel. Deze besluiteloosheid en lusteloosheid stelde hij tegenover de machteloosheid en armoede van de boeren, de voormalige lijfeigenen van diezelfde grootgrondbezitters.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke mode-ontwerper was, met Christian Dior, verantwoordelijk voor de 'New Look' in 1947?


JUIST!NIET JUIST!

Pierre Balmain

erfgoed

Betreft de zorg voor wat ons als samenleving rest uit het verleden. Het is dus breder dan de term 'monument', die in hoofdzaak voor gebouwen gebruikt wordt, maar omvat ook archeologisch erfgoed en 'immaterieel' erfgoed, zoals gebruiken, kennis etc. Het is het geheel van verhalen, plekken, gebouwen en objecten die binnen een groep van generatie op generatie wordt overgedragen.

Zie ook het hoofdstuk Gebouwd erfgoed