informele kunst

Term in 1950 geformuleerd door de Franse kunstcriticus Michel Tapié om de vrije spontane veelal abstracte schilderkunst aan te duiden die zich op dat moment in Parijs en elders in Europa, maar ook in Amerika ontwikkelde, en die in de jaren vijftig een hoogtepunt beleefde. Zijn doel was deze kunstvorm te onderscheiden van de in die tijd in Parijs dominerende geometrische abstractie. Internationaal bleef de term vooral voor de Europese tak (waar ook Cobra onder valt) bestaan. Een onderdeel van informele kunst is de zogenaamde materieschilderkunst, waarbij kunstenaars de verf zeer dik opbrengen of deze zelfs mengen met andere materialen als zand en gips.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie werd in het bijbelboek Genisis verkocht door zijn broers en kwam in Egypte terecht?


JUIST!NIET JUIST!

Jozef de aartsvader

temperamenten

Oorspronkelijk de naam voor vier persoonlijkheidstypen die al in de Oudheid onderscheiden werden: het sanguïnische, flegmatische, cholerische en melancholische temperament. Tegenwoordig de naam voor persoonlijkheidsverschillen die in de kinderjaren blijken en tot op zekere hoogte erfelijk zijn. Het gaat daarbij om zaken als de felheid waarmee op prikkels wordt gereageerd, het algemene energie‑ en activiteitsniveau en de mate van extraversie.