Pim Fortuyn

(1948-2002) Publicist, wetenschapper en politicus. Na avances met PvdA, VVD en CDA koos hij eind 2001 voor Leefbaar Nederland. Fortuyn stuwde die partij op naar 22 zetels in de opiniepeilingen, maar na een Volkskrant-interview werd hij door het bestuur als lijsttrekker aan de dijk gezet. Fortuyn zei in dat interview dat Nederland 'vol' was (voor asielzoekers) en de Islam 'een achterlijke cultuur'. Hij richtte toen meteen een eigen partij op: Lijst Pim Fortuyn (LPF).
Op 6 mei 2002 – negen dagen voor de parlementsverkiezingen – werd Fortuyn in het Media Park in Hilversum doodgeschoten door een radicale milieuactivist. De dood van de charismatische en openlijk homoseksuele Fortuyn leidde tot enorm openbaar rouwbetoon en een golf van bedreigingen tegen (linkse) politici. De LPF haalde bij de Tweede Kamerverkiezingen op 15 mei 26 zetels en werd de op één na grootste partij. De partij trad toe tot een coalitie van CDA, LPF en VVD onder premier Balkenende, maar het kabinet viel al na 86 dagen, door aanhoudende interne ruzies binnen de LPF. Bij nieuwe verkiezingen in januari 2003 viel de LPF terug naar acht zetels en bij die van 2006 verdween de partij uit de kamer.

Zie ook Theo van Gogh en multiculturele samenleving.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie schreef in 1654 het treurspel Lucifer?


JUIST!NIET JUIST!

Vondel

Geografie en demografie > bewerking en bebouwing

Vinex-wijk

Vinex-wijk is een afkorting van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra, een nota ruimtelijke ordening over grootschalige nieuwbouwprojecten van het Nederlandse ministerie van VROM uit 1991. De bedoeling was wijken te bouwen, weliswaar in de buurt van steden, maar met een eigen combinatie van wonen, werken, winkels enzovoort. Geleidelijk heeft Vinex-wijk een andere betekenis gekregen dan wat er oorspronkelijk in de nota stond. Tegenwoordig wordt het geassocieerd met een nieuwbouwwijk aan de rand van een grote(re) stad en veelal met de bijbetekenis van een saaie woonwijk waarin alle straten en huizen op elkaar lijken en men voor werk en voorzieningen naar de stad trekt.