IRT-affaire

De IRT-affaire betrof het Interregionaal Rechercheteam. In 1994 werd een parlementaire enquête gehouden naar de opsporingsmethoden van dit team bij de bestrijding van georganiseerde criminaliteit. Aanleiding was een verklaring uit 1993 van de Amsterdamse burgemeester Van Thijn, hoofdcommissaris van politie Nordholt en hoofdofficier van justitie Vrakking, waarin zij hun medewerking aan het IRT opzeiden. Openlijk distantieerden zij zich van de IRT-methode, waarbij infiltranten zelf drugs importeerden in de hoop grote bendes op te sporen. Door deze dubieuze methode was het bewijsmateriaal onbruikbaar in de rechtszaal.
De in gestelde onderzoekscommissie-Wieringa concludeerde echter dat het IRT een succesvol en goedlopend team was geweest, dat onnodig was opgeheven. Dat kostte de verantwoordelijke ministers Hirsch Ballin (Justitie) en Van Thijn (Binnenlandse Zaken) de kop. Hierna besloot de Tweede Kamer tot een parlementaire enquête. In het eindrapport van enquêtevoorzitter Van Traa concludeerde men dat voortaan alleen wettelijk getoetste opsporingsmethoden gebruikt mogen worden.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke Nederlandse fotograaf maakt zwart-wit portretten van en videoclips voor popsterren?


JUIST!NIET JUIST!

Anton Corbijn

socialisatie

Proces waarmee een persoon zich de gedragingen eigen maakt die in een bepaalde gemeenschap passend worden gevonden voor iemand van zijn of haar leeftijd, sekse en maatschappelijke positie. Dit is inclusief de internalisatie van de waarden van die gemeenschap. Gesocialiseerd raken is het resultaat van opvoedings‑ en identificatieprocessen.