nieuwe politieke partijen

1901: Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), in 1946 met de SDAP opgegaan in de Partij van de Arbeid.

1908: Christelijk-Historische Unie (CHU), in 1980 met de Antirevolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij KVP) opgegaan in het CDA.

1909: Sociaal-Democratische Partij (SDP) een Marxistische afsplitsing van de SDAP, in 1918 omgedoopt in Communistische Partij Holland (CPH) en in 1929 tot Communistische Partij van Nederland.

1926: Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP), in 1946 omgevormd tot Katholieke Volkspartij (KVP)

1931: Nationaal Socialistische Beweging (NSB)

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie speelde de hoofdrol in de film The Great Dictator (1940)?


JUIST!NIET JUIST!

Charlie Chaplin

relativisme

In de kennistheorie is het de opvatting dat kennis altijd afhankelijk is van het kennend subject, door het standpunt dat het inneemt en door de omstandigheden waarin het verkeert.
Binnen de ethiek is het de opvatting dat goed en kwaad geen absolute maar relatieve begrippen zijn.