nieuwe politieke partijen

1901: Vrijzinnig-Democratische Bond (VDB), in 1946 met de SDAP opgegaan in de Partij van de Arbeid.

1908: Christelijk-Historische Unie (CHU), in 1980 met de Antirevolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij KVP) opgegaan in het CDA.

1909: Sociaal-Democratische Partij (SDP) een Marxistische afsplitsing van de SDAP, in 1918 omgedoopt in Communistische Partij Holland (CPH) en in 1929 tot Communistische Partij van Nederland.

1926: Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP), in 1946 omgevormd tot Katholieke Volkspartij (KVP)

1931: Nationaal Socialistische Beweging (NSB)

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke kunststroming was Mondriaan een van de oprichters?


JUIST!NIET JUIST!

De Stijl

socialisatie

Proces waarmee een persoon zich de gedragingen eigen maakt die in een bepaalde gemeenschap passend worden gevonden voor iemand van zijn of haar leeftijd, sekse en maatschappelijke positie. Dit is inclusief de internalisatie van de waarden van die gemeenschap. Gesocialiseerd raken is het resultaat van opvoedings‑ en identificatieprocessen.