kiesrecht

In 1848 werd in Nederland het kiesrecht ingevoerd, maar aanvankelijk alleen voor mannen die meer dan een bepaald bedrag aan belastingen betaalden (censuskiesrecht). In 1853 was zo nog slechts elf procent van de mannen kiesgerechtigd. Bij de grondwetswijziging van 1887 werd de toekenning van het kiesrecht al verruimd.
In de Kieswet van1896 werd bepaald dat alle mannnen stemrecht hadden die een bepaald loon verdienden, een bepaalde huur betaalden, een examen gehaald hadden of in het bezit waren van een spoorboekje (!). In 1910 was daarmee het percentage kiesgerechtigden al gestegen tot 63 procent. Pas in 1917 werd voor mannen en in 1919 ook voor vrouwen het algemeen kiesrecht ingevoerd.
Zie ook
Aletta Jacobs .

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke kunstenaar behoorde niet tot de Cobragroep?


JUIST!NIET JUIST!

Kees van Dongen

zelfbeschikking

De daad waarbij een volk zijn staatsvorm en bestuur kiest. Een belangrijk onderdeel hiervan is het recht op afscheiding. Het moet worden onderscheiden van autonomie, wat slechts zelfbestuur over de eigen, interne aangelegenheden inhoudt. Het volkenrecht is onduidelijk over de vraag wanneer het zelfbeschikkingsrecht geldt.