Gerard en Anton Philips

In 1879 was in Amerika door Thomas Edison de gloeilamp uitgevonden. In 1883 haalde de jonge Gerard Philips zijn ingenieursdiploma aan de Polytechnische school in Delft. Na gewerkt te hebben op scheepswerven in Vlissingen en Glasgow ging hij aan de Universiteit van Glasgow verder studeren, onder andere bij de grote natuurkundige Sir William Thompson, later lord Kelvin. Na in Londen en Berlijn gewerkt te hebben op het nieuwe terrein van de elektriciteit werd hij in 1889 gevraagd in Amsterdam het Duitse Edison Gesellschaft te gaan vertegenwoordigen. Daar, in Amsterdam, ontwikkelde hij samen met zijn Delftse studiegenoot Jan Reesse, de plannen voor een gloeilampenfabriek.
Met geld van Gerards vader, de bankier Frederik Philips , werd in 1891 in een oud fabriekje in Eindhoven bewust kleinschalig begonnen met de productie van gloeilampen met gloeidraad van koolstof. In de volgende jaren werd geëxperimenteerd met gloeidraden van metaal. Vanaf 1895 kwam ook Gerards jongere broer Anton in het bedrijf werken. Samen stichtten zij in 1907 de NV Philips' Metaalgloeilampenfabriek.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.