Koninklijk Instituut van Wetenschappen

Tijdens zijn koningschap van Holland (1806-1810) richtte Lodewijk Napoleon in 1808 het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten op. Hoofddoel was "het volmaken der Wetenschappen en Kunsten, om dezelver vorderingen in het Rijk bij Buitenlanders bekend te doen worden en uitvindingen of vorderingen elders gemaakt hier te lande in te voeren." In de praktijk diende het Instituut de overheid gevraagd en ongevraagd van advies. Ook voerde het overheidsbesluiten uit. Het Instituut werd gevestigd in het voormalig patriciërshuis van de familie Trip aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam. Na de Franse overheersing bleef het Koninklijk Instituut bestaan. Koning Willem I bevestigde in 1816 het voortbestaan door een Koninklijk Besluit. Men sprak sindsdien van het Koninklijk-Nederlandsch Instituut van Wetenschappen, Letteren en Schoone Kunsten. De historicus, taalkundige en dichter Willem BIlderdijk werd de eerste voorzitter. In de periode 1817 tot 1885 was ook het Rijksmuseum in het Trippenhuis ondergebracht.
Dit instituut wordt gezien als de voorloper van de huidige Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, KNAW, nog steeds in hetzelfde gebouw gehuisvest.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wat is in de klassieke muziek de aanduiding voor een langzaam tempo?


JUIST!NIET JUIST!

adagio

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatverandering

Het klimaat verandert voortdurend in de loop van de geologische geschiedenis. Gedurende lange perioden in de afgelopen honderden miljoenen jaren is de aarde ijsvrij geweest, afgewisseld door perioden met veel ijs. Gedurende de laatste 10.000 jaar leven we in een betrekkelijk warme periode. Naar het oordeel van de meeste klimatologen verandert het wereldwijde klimaat nu ook door menselijk toedoen.De temperatuurtoename gedurende de afgelopen 50 jaar kan waarschijnlijk grotendeels aan de invloed van de mens worden toegeschreven. Door het broeikaseffect zou het klimaat in de loop van deze eeuw nog aanzienlijk warmer kunnen worden. Over de grootte en de regionale verdeling van deze klimaatverandering bestaat nog aanzienlijke onzekerheid, zowel door onvoldoende kennis van het klimaatsysteem als door onzekerheid over de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. Ondanks deze onzekerheid heeft een groot aantal landen, op grond van het zogeheten Voorzorgsbeginsel, afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
Zie ook Klimaatverdrag, Kyoto Protocol en ijstijden.
Zie ook Klimaatconferentie Kopenhagen 2009 en Klimaatakkoord van Parijs 2015.