Val van Constantinopel

Constantinopel was de hoofdstad van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. Constantinopel is vernoemd naar keizer Constantijn de Grote, die in 330 n Chr de stad vanwege zijn strategische ligging en om economische redenen tot de hoofdstad van het Romeinse Rijk maakte. Daarmee vestigde hij het Byzantijnse Rijk. In de periode dat het West-Romeinse Rijk instortte door volksverhuizingen, bloeide het Byzantijnse Rijk op. Pas in late Middeleeuwen raakte het verzwakt door veroveringen van Venetianen en kruisridders, die er in de dertiende eeuw een Roomskatholiek rijk vestigden. Daarna viel het rijk geleidelijk uiteen en bleef alleen een verzwakt Constantinopel over. In de Byzantijnse veldslag in 1453 viel de stad ten prooi aan de Ottomanen. De bewoners – onder wie veel Grieken en Venetianen – vluchtten. Keizer Constantijn XI vocht mee en sneuvelde. Kerken werden geplunderd en verwoest. De Hagia Sophia, een Grieks Orthodoxe kathedraal, werd een moskee. Volgens veel historici is de val van Constantinopel symbolisch voor het einde van de Middeleeuwen.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke keizer liet begin 6e eeuw het Corpus Juris Civilis (rechtsboek) samenstellen?


JUIST!NIET JUIST!

Justinianus

kielzog

Het kielzog (of het kielwater) is de door de romp of de schroef van een schip veroorzaakte turbulentie in het water direct achter de achtersteven. In iemands kielzog varen wil zeggen het net zo doen als iemands voorganger.