begijnen

Vrome vrouwen die in semi-religieuze gemeenschappen in kuisheid en armoede samenleefden, zonder een kloostergelofte te hebben afgelegd. De begijnen werden voor het eerst gezien in de dertiende-eeuwse steden. Zij voorzagen in hun onderhoud door licht handwerk, zoals weven en spinnen. Hun opkomst is verklaarbaar tegen de achtergrond van de dertiende-eeuwse religiositeit, maar houdt ook verband met een door oorlogen ontstaan vrouwenoverschot, waar in de kloosterorden niet voldoende ruimte voor was.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke kunstenaar behoorde niet tot de Cobragroep?


JUIST!NIET JUIST!

Kees van Dongen

tapijt van Bayeux

In de tweede helft van de elfde eeuw (na de slag bij Hastings,1066) geborduurd wandkleed (ten onrechte tapijt genoemd) van 70 meter lang en 50 cm hoog. Het beeldt de voorbereiding uit voor de overtocht naar en de verovering van Engeland door hertog Willem van Normandië. Op het wandkleed zien we hoe de Engelse graaf Harold een eed van trouw zweert aan hertog Willem, die echter zelf zijn zinnen op Engeland gezet had.
Harold liet zich niettemin tot koning kronen. Dus verbrak hij zijn eed. Overduidelijk wordt op het kleed getoond hoe deze eedbreuk door God gestraft wordt: Harold wordt bij Hastings door Willem verslagen en sneuvelt.
Over het ontstaan van het kleed is weinig bekend, vroeger dacht men dat Willems echtgenote, Mathilda, de opdrachtgeefster was; tegenwoordig ziet men Odo, bisschop van Bayeux en halfbroer van hertog Willem, als de degene die het initiatief nam, overigens zonder harde bewijzen. Het borduurwerk is zeer levendig en geeft bovendien allerlei interessante details over het leven van de elfde- eeuwse krijgers (ridders). (PL)