Industriële Revolutie

(ongeveer 1750-1850) Niet zozeer een directe omwenteling, als wel een snelle ontwikkeling in West-Europa op technisch en economisch gebied met grote sociale gevolgen. Kenmerkend is dat de goederenproductie zich van de huisnijverheid ging verplaatsen naar fabrieken. Daar kon met behulp van machines op massale schaal worden geproduceerd.
De Industriële Revolutie is in Engeland begonnen, gestimuleerd door een overschot aan kapitaal en goedkope arbeidskrachten uit de landbouw, in combinatie met technische uitvindingen als de stoommachine, het mechanisch weefgetouw en nieuwe gietprocédés in de metaalnijverheid. Het veroorzaakte de groei van grote industriesteden (urbanisatie) en het ontstaan van een klasse van fabrieksarbeiders (proletariaat) die vaak op de rand van het bestaansminimum leefden.
In Nederland kreeg de Industriële Revolutie pas in de tweede helft van de negentiende eeuw betekenis.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.