Thomas Jefferson

(1743-1826) Derde president van de Verenigde Staten (na George Washington en John Adams). Belangrijkste opsteller van de onafhankelijkheidsverklaring van 1776. Jefferson zag de Engelse koning als een tiran die de Amerikaanse gebieden als een wingewest bestuurde en uitbuitte. Van 1785 tot 1789 was hij ambassadeur van de nieuwe Verenigde Staten in Frankrijk en maakte daar de ontwikkelingen mee die leidden tot de Franse revolutie. Kocht in 1803 als president van de Franse regering onder Napoleon Bonaparte een heel groot (voornamelijk zuidelijk) deel van de huidige Verenigde Staten. Begon al in 1768 met de aanleg van zijn landgoed Monticello, in Virginia, waar hij ook eigenaar was van 600 negerslaven. Kreeg na de vroege dood van zijn vrouw – die hem zes kinderen schonk – een langdurige relatie met een van zijn slavinnen, Sally Hemmings. Het is waarschijnlijk (DNA-studies) dat hij bij haar meerdere kinderen verwekte.

Zie ook Amerikaanse Revolutie.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke periode van de prehistorie leefde men in Nederland toen de Romeinen kwamen?


JUIST!NIET JUIST!

ijzertijd

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.