ijstijd

(Ook Glacialen of glaciale perioden genoemd) Perioden met zeer lage temperatuur, die lang genoeg aanhouden om het landijs en het drijfijs (in de zeeën) te laten aangroeien. Er zijn in de afgelopen 1,6 miljoen jaar 20 ijstijden geweest; alleen tijdens de op één na laatste ijstijd is de noordelijke helft van ons land met gletsjers bedekt geweest.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.