syllogisme

Een deductieve redenering, waarbij het bijzondere uit het algemene wordt afgeleid. Deze bestaat uit drie oordelen, waarvan de eerste twee de premissen worden genoemd en de derde de conclusie. Elk oordeel bevat twee termen, de subjectterm en de predikaatterm. De beide premissen moeten minstens één term gemeen hebben, de zogenaamde middenterm. De term die in de conclusie de predikaatterm is, wordt de majorterm genoemd en de subjectterm de minorterm. De premisse waarin de majorterm voorkomt, noemt men de major, die waarin de minorterm voorkomt de minor.
Voorbeeld: alle mensen zijn sterfelijk (major); Aristoteles is een mens (minor); Aristoteles is sterfelijk.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Van welke kunststroming was Mondriaan een van de oprichters?


JUIST!NIET JUIST!

De Stijl

democratie

Staatsvorm waarin stemgerechtigde burgers door middel van vrije, algemene en regelmatige verkiezingen invloed uitoefenen op de samenstelling van hun regering en op het gevoerde beleid. Democratieën worden voorts gekenmerkt door de eerbiediging van de klassieke mensenrechten.
Zie ook
referendum.