syllogisme

Een deductieve redenering, waarbij het bijzondere uit het algemene wordt afgeleid. Deze bestaat uit drie oordelen, waarvan de eerste twee de premissen worden genoemd en de derde de conclusie. Elk oordeel bevat twee termen, de subjectterm en de predikaatterm. De beide premissen moeten minstens één term gemeen hebben, de zogenaamde middenterm. De term die in de conclusie de predikaatterm is, wordt de majorterm genoemd en de subjectterm de minorterm. De premisse waarin de majorterm voorkomt, noemt men de major, die waarin de minorterm voorkomt de minor.
Voorbeeld: alle mensen zijn sterfelijk (major); Aristoteles is een mens (minor); Aristoteles is sterfelijk.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie is de uitvinder van de gloeilamp?


JUIST!NIET JUIST!

Thomas Edison

poldermodel

De in Nederland gebruikelijk vorm van besluitvorming waarin, voordat belangrijke politieke beslissingen worden genomen, de meest belanghebbende partijen zoals werkgevers en werknemers met de overheid in gesprek gaan. Het woord verwijst naar de samenwerking van polderbewoners die eeuwenlang nodig was om gezamenlijk de polders voldoende droog te houden door bemaling. De besluitvorming die met 'polderen' wordt aangeduid kan grotendeels ook als corporatisme worden opgevat.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. oxidatie
  2. mektab
  3. agnosticisme
  4. cognitieve dissonantie
  5. Pallas Athene
  6. structuralisme
  7. Watergateschandaal
  8. Narcissus
  9. NSB
  10. Furiën