Karl Jaspers

(1883-1969) Duitse filosoof en psychiater, onder invloed van Kierkegaard en Nietzsche ontwikkelde hij zich tot een van de kopstukken van de existentiefilosofie. Hij is wars van alle systematische filosofie. De filosofie heeft niet tot taak de tegenspraken, de ongerijmdheden van het bestaan in een overkoepelend systeem met elkaar te verzoenen, maar zich daar juist rekenschap van te geven en ze te begrijpen als intrinsieke kenmerken van het leven. De filosofie moet haar aandacht richten op grenssituaties, waar de belangrijkste categorieën van de existentie - vrijheid, tijdelijkheid en communicatie - zich in alle hevigheid doen voelen. In het moreel ontredderde Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog speelde Jaspers een belangrijke rol bij de verwerking van het nazi-verleden.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke Oost-Europese componist schreef de symfonie Uit de Nieuwe Wereld?


JUIST!NIET JUIST!

Antonín Dvorák

utopie

Utopie is een in de fantasie geconstrueerde ideale (maatschappelijke) toestand, afgeleid van de titel van het beroemde traktaat Utopia (1516) van Thomas More, die men vrij zou kunnen vertalen met \'Nergenshuizen\'. \'Topos\' is Grieks voor \'plaats\' en de \'u\' kan staan voor het Griekse \'ou\' dat \'niet\' betekent (een niet bestaande plaats); de \'u\' kan ook staan voor het Griekse \'eu\' dat \'goed\' betekent (een goede plaats).
In een utopie wordt volledig recht gedaan aan de morele en rationele principes van de mens. In deze fantasiewereld wordt vaak kritiek op de bestaande orde geprojecteerd en is de utopie een aanklacht tegen sociale ongelijkheid, economische uitbuiting of seksuele repressie.

Het tegenovergestelde van de utopie is de dystopie, een verre van ideale samenleving. \'Dys\' is in het Grieks \'slecht\' (een slechte plaats). In de geneeskunde wordt de term dystopie gebruikt om een afwijkende ligging van organen aan te duiden (verkeerde plaats).