klassieken

De grondleggers van de moderne economie, zoals Smith, David Ricardo (1772‑1823), Malthus en John Stuart Mill (1806‑1873), die publiceerden aan het eind van de 18de en het begin van de 19de eeuw. Ze zochten naar een verklaring voor het feit dat sommige landen het economisch beter deden dan andere. Een belangrijke beperking in hun denken was dat ze economische waarde alleen maar baseerden op de productiekosten.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Wie was de eerste keizer van het Romeinse Rijk?


JUIST!NIET JUIST!

Augustus

bureaucratie

Een organisatiestructuur die gekenmerkt wordt door aan regels gebonden procedures, verantwoordelijkheden, hiërarchie en onpersoonlijke relaties. Het is de bij een rechtsstaat behorende ambtelijke organisatie. De 'onpersoonlijke relatie' moet het bevoordelen van familie en vrienden (nepotisme) door ambtenaren voorkomen. In het dagelijks verkeer wordt dit begrip vaak gebruikt als aanduiding van extreem formalisme en administratieve lasten. Het zou beter zijn daarvoor de term bureaucratisme te gebruiken. De bureaucratie wordt wel aangeduid als vierde macht, na de trias politica.