art nouveau

Decoratieve stijl rond 1900 - in duitstalige landen Jugendstil genoemd - die in alle kunstvormen werd toegepast. Ontwikkelde zich in het begin van de jaren negentig van de negentiende eeuw en liep door tot in de twintigste eeuw. De vormentaal van art nouveau is schatplichtig aan de 'arts and crafts'-beweging en kenmerkt zich door de toepassing van organische plant-, mens- en diermotieven, die soms sterk gestileerd zijn, maar vaker vervormd worden tot grillige lijnen. Gekleurd en geëmailleerd glas en smeedijzer waren geliefde materialen. Bekende voorbeelden zijn: de Parijse metro (Guimard) en sieraden en glas van René Lalique (sieraden. In België Henry van de Velde en Horta. In Groot Brittannie Aubrey Beardsley en Charles Rennie Mackintosh. In Oostenrijk was de art nouveau verbonden met de Wiener Werkstätte die onder leiding van Josef Hoffmann stond. Ook de Spaanse architect Gaudi kan, hoewel hij een geheel eigen stijl had, samengesteld uit gotische en Moorse elementen, worden gezien als een representant van art nouveau. In Nederland werd naast de vertaling 'Nieuwe Kunst' de term 'slaoliestijl' gebruikt, afgeleid van de affiches van Jan Toorop voor de Delftsche Slaolie Fabrieken.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Tijdens welke oorlog werden de gewonden verzorgd door Florence Nightingale en haar team?


JUIST!NIET JUIST!

Krimoorlog

logica

De leer van het juiste redeneren, waarbij men onderzoekt onder welke omstandigheden redeneringen geldig zijn. De inhoud van de uitspraken waaruit die redeneringen zijn opgebouwd, speelt daarbij geen rol (formele logica). Aristoteles was de eerste filosoof die de logica systematiseerde, waarbij hij zich concentreerde op het syllogisme. De moderne logica is geen onderdeel meer van de filosofie, maar vormt een tak van de wiskunde en valt voor sommige logici zelfs samen met de wiskunde.