art nouveau

Decoratieve stijl rond 1900 - in duitstalige landen Jugendstil genoemd - die in alle kunstvormen werd toegepast. Ontwikkelde zich in het begin van de jaren negentig van de negentiende eeuw en liep door tot in de twintigste eeuw. De vormentaal van art nouveau is schatplichtig aan de 'arts and crafts'-beweging en kenmerkt zich door de toepassing van organische plant-, mens- en diermotieven, die soms sterk gestileerd zijn, maar vaker vervormd worden tot grillige lijnen. Gekleurd en geëmailleerd glas en smeedijzer waren geliefde materialen. Bekende voorbeelden zijn: de Parijse metro (Guimard) en sieraden en glas van René Lalique (sieraden. In België Henry van de Velde en Horta. In Groot Brittannie Aubrey Beardsley en Charles Rennie Mackintosh. In Oostenrijk was de art nouveau verbonden met de Wiener Werkstätte die onder leiding van Josef Hoffmann stond. Ook de Spaanse architect Gaudi kan, hoewel hij een geheel eigen stijl had, samengesteld uit gotische en Moorse elementen, worden gezien als een representant van art nouveau. In Nederland werd naast de vertaling 'Nieuwe Kunst' de term 'slaoliestijl' gebruikt, afgeleid van de affiches van Jan Toorop voor de Delftsche Slaolie Fabrieken.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke ruimte vind je niet in een kathedraal?


JUIST!NIET JUIST!

atrium

Aarde, weer en klimaat > weer, klimaat en atmosfeer

klimaatmodel

Klimaatmodel is het computermodel waarmee het gedrag van het klimaatsysteem, en daarmee van het klimaat, kan worden nagebootst op grond van de natuurkundige, scheikundige en biologische eigenschappen van dat systeem. Klimaatmodellen kunnen worden gebruikt om schattingen te maken van de gevolgen van natuurlijke en menselijke invloeden op het klimaat, zogeheten klimaatprojecties. Klimaatmodellen zijn gebaseerd op modellen van de algemene circulatie.
Zie ook klimaatverandering.

De 10 meest gezochte woorden en begrippen van de afgelopen week

  1. oxidatie
  2. mektab
  3. agnosticisme
  4. ouderdomsbepaling
  5. bestuursorgaan
  6. conformisme
  7. DNA
  8. ontologie
  9. mercantilisme
  10. intelligentie