dogma

(Grieks: bevel, besluit). Op gezag berustende en in bepaalde kring als waarheid erkende uitspraak. Binnen de christelijke traditie kreeg het woord de betekenis van bindende uitspraak over het geloof of een onderdeel ervan.
Hoewel het bijvoeglijk naamwoord dogmatisch van dogma is afgeleid, heeft het een andere, negatieve betekenis: voor een dogmaticus is alleen zijn eigen overtuiging waar.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

In welke kathedraal werden vroeger Franse koningen gekroond?


Media > print, radio en televisie

onderzoeksjournalistiek

Ook wel 'investigating journalism' genoemd. Arbeidsintensieve vorm van journalistiek, met de bedoeling belangrijke verborgen feiten boven water te krijgen en handel en wandel van publieke personen en instellingen te onthullen. Schoolvoorbeeld is het Watergate-schandaal.