aäronitische zegen

Driedelige, zorgvuldig opgebouwde zegenspreuk die in de joodse en christelijke eredienst wordt uitgesproken. De woorden zijn ontleend aan het Bijbelboek Numeri 6:24-26. Aan Aäron, de broer van Mozes, werd opgedragen met deze woorden `de Naam' op de Israëlieten te leggen. De naam van hun God die niet mocht worden uitgesproken.
Zie ook Jahweh.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke kunstenaar behoorde niet tot de Cobragroep?


JUIST!NIET JUIST!

Kees van Dongen

zelfbeschikking

De daad waarbij een volk zijn staatsvorm en bestuur kiest. Een belangrijk onderdeel hiervan is het recht op afscheiding. Het moet worden onderscheiden van autonomie, wat slechts zelfbestuur over de eigen, interne aangelegenheden inhoudt. Het volkenrecht is onduidelijk over de vraag wanneer het zelfbeschikkingsrecht geldt.