Organische architectuur

De organische architectuur ontleent haar inspiratie aan de wetmatigheden van de levende natuur. Men ontwerpt vanuit de overtuiging dat de gebouwde omgeving van invloed is op het uiterlijk en innerlijk leven van mensen. Organische architectuur kenmerkt zich door een vrije, expressieve en natuurlijke vormgeving, terwijl tegelijk vaak wordt gezocht naar een samengaan met de nieuwste bouwtechnische mogelijkheden.
Tot de vroegste pleitbezorgers worden de Amerikanen Sullivan en Wright gerekend, evenals de Catalaanse architect Gaudí en de stichter van de antroposofie, Rudolf Steiner (1861-1925). Laatstgenoemde ontwierp in 1913 en 1923 het 1ste en het 2de Goetheanum te Dornach onder Basel.
Veel gebouwen behorend tot de antroposofische verenigingen in Europa vertonen stijlkenmerken ontleend aan Steiners ontwerpen.
De architecten Ton Alberts en Max van Huut baseerden zich met hun kantoren voor de ING Bank te Amsterdam Zuidoost (1979-1987) en Gasunie te Groningen (1988-1994) op de antroposofie en de organische architectuur.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Uitdrukkingen zoals 'met angst en beven' en 'nooit ofte nimmer' zijn voorbeelden van... ?


JUIST!NIET JUIST!

tautologie

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

virus

Een virus is de meest primitieve vorm van leven. Virussen bestaan uit een kern van DNA of RNA in een omhulsel van eiwitten en soms, afhankelijk van het type virus, nog een membraan bestaande uit vetten, eiwitten en/of koolhydraten. Voor vermenigvuldiging zijn virussen afhankelijk van gastheercellen, die ze infecteren. Virusinfectie gaat zowel bij planten als dieren vaak gepaard met ziekten. Virusinfecties kunnen niet worden bestreden met antibiotica, in sommige gevallen wel met interferon. Het aangetaste organisme moet zelf voldoende afweer opbouwen.