Nieuwe Bouwen

Een van de termen voor de (internationale) bouwstijl welke zijn hoogtepunt had tussen de twee wereldoorlogen, ook wel functionalisme of Nieuwe Zakelijkheid genoemd. Uitgangspunt was de bruikbaarheid van het gebouw en het welzijn van zijn gebruikers. Verwant aan l'esprit nouveau (zie ook Le Corbusier) en De Stijl (zie ook Rietveld).
In Nederland was het architectuurtijdschrift De 8 en Opbouw het lijfblad van de architecten van het Nieuwe Bouwen. Sterk gestimuleerd door de fabrieksdirecteur en psychiater C.H. van der Leeuw (onder andere Van Nelle-fabriek).
Belangrijke vertegenwoordigers onder anderen: J.B. van Loghem (1881-1940) met Betondorp Amsterdam (1919-1920) en Tuinwijk, Haarlem-Zuid (1928); J. Duiker; L.C. van der Vlugt (1894-1936) met Van Nelle-fabrieken; Albert Boeken (1891-1951) met Apollohal te Amsterdam; en Mart Stam (1899-1986).
In Californië waren belangrijke wegbereiders Rudolf Schindler (1887-1953) en Neutra.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Welke klier in het menselijk lichaam maakt insuline aan?


JUIST!NIET JUIST!

alvleesklier

Levenswetenschappen > biologie (o.a anatomie en fysiologie) en scheikunde

adaptatie

Adaptatie is de wijze waarop een levend organisme zich aanpast aan een wijziging van zijn leefomstandigheden. Dat kan gaan om een tijdelijke verandering bij een kortdurende wijziging, zoals vogels die bij felle kou hun verenpak opzetten. De leefomgeving kan ook blijvend veranderen, waardoor sommige organismen bepaalde blijvende eigenschappen ontwikkelen. Deze veranderingen worden erfelijk vastgelegd en aan het nageslacht doorgeven. Zo merkte Darwin op dat de door hem bestudeerde vinken verschillende snavels ontwikkelden al naargelang de omgeving waarin zij leefden.