Nieuwe Bouwen

Een van de termen voor de (internationale) bouwstijl welke zijn hoogtepunt had tussen de twee wereldoorlogen, ook wel functionalisme of Nieuwe Zakelijkheid genoemd. Uitgangspunt was de bruikbaarheid van het gebouw en het welzijn van zijn gebruikers. Verwant aan l'esprit nouveau (zie ook Le Corbusier) en De Stijl (zie ook Rietveld).
In Nederland was het architectuurtijdschrift De 8 en Opbouw het lijfblad van de architecten van het Nieuwe Bouwen. Sterk gestimuleerd door de fabrieksdirecteur en psychiater C.H. van der Leeuw (onder andere Van Nelle-fabriek).
Belangrijke vertegenwoordigers onder anderen: J.B. van Loghem (1881-1940) met Betondorp Amsterdam (1919-1920) en Tuinwijk, Haarlem-Zuid (1928); J. Duiker; L.C. van der Vlugt (1894-1936) met Van Nelle-fabrieken; Albert Boeken (1891-1951) met Apollohal te Amsterdam; en Mart Stam (1899-1986).
In Californië waren belangrijke wegbereiders Rudolf Schindler (1887-1953) en Neutra.

Quizvraag v/d week

Woord v/d week

Meest gezocht deze week

Geen slapende ... wakker maken. Welk dier moet je niet wakker maken?


JUIST!NIET JUIST!

hond

brandstofcel

Apparaat dat uit brandstof (bijvoorbeeld waterstof) rechtstreeks elektriciteit produceert. Dit proces is te beschouwen als het omgekeerde van elektrolyse, waarbij water wordt ontleed in waterstof en zuurstof. De geproduceerde elektriciteit kan dan bijvoorbeeld worden gebruikt om een elektrische auto aan te drijven. Het grote voordeel van een brandstofcel is dat het rendement ervan (40-60%) aanzienlijk hoger ligt dan dat van de traditionele verbrandingsmotor, die een rendement van maximaal 25% (benzinemotor) tot 30% (dieselmotor) haalt. Een brandstofcel vraagt wel katalysatoren, bijvoorbeeld platina, waardoor ontwikkeling en grootschalige inzet vooralsnog moeizaam verlopen.